De heer W.J. de Wilde wijst op het door hem geschreven boekje Landgoed De Boggelaar in oorlogstijd (2015). Daarin beschrijft hij dat op een eilandje in een vijver op het Warnsveldse landgoed in de oorlog een ‘hut’ was waarin meerdere mensen een schuilplaats vonden. Het was een gegraven hol, bedekt met takkenbossen. De loopplank werd overdag met stenen tot zinken gebracht.

Op enig moment verblijven er vier Joodse mannen in de hut: Leo Cohen en Jacob Schnitzler uit Enschede, Paul Sieger uit Arnhem en Laszlo Sugat, allen Palestina-pioniers.
Omdat de vervolging van de Joden steeds erger kreeg Leo Cohen van David Levison de vraag om broer en zus Jacob en Betti Koppel, van de Lange Hofstraat 26 in Zutphen, op te nemen in de schuilplaats. Dat is voor een korte periode (dagen) ook gebeurd. Zes man in een hut van drie bij twee meter werd wel wat krap. Betti besloot al snel terug te gaan naar haar ouderlijk huis. Jacob volgde na enkele dagen en ze doken ergens anders onder.
Jacob Koppel is op 30 april 1943 vermoord. Betti, Leo en Paul overleefden de oorlog. De twee laatsten hebben in Palestina een kibboets gerund.